Henry Gibson – of mogelijk: Henry L. Gibson – is op 9 august 1942 in Chicago, Illinois, USA geboren, en daar ook opgegroeid. Over zijn achtergrond en over zijn jeugd is weinig bekend. Naar verluidt zou hij op school al voortdurend bezig zijn geweest met het slaan van ritmes op zijn bureau. Nadat hij in 1952, op tienjarige leeftijd, een stel bongo’s had gekregen, ontwikkelde hij een passie voor het spelen daarop – op straat, in bussen, in de wasserettes in zijn multi-etnische buurt, overal. Jams zorgden bij hem al snel voor een liefde voor Latijnse ritmes.
In 1958 begon zijn eerste tour door de USA, in de begeleidingsband van calypsozanger The Mighty Panther, a.k.a. Vernon Joseph Roberts, geboren op 24 november 1921 en gestorven in 2001), Calypso Carnival. De tour voerde langs clubs als Tradewinds en Yankee Clipper in Fort Lauderdale, Florida; Lake Tahoe, Nevada; Harrah’s Club in Las Vegas, Nevada; en de Barefoot Bar van Vacation Village in San Diego, California. In die laatste locatie (1404 Vacation Rd, San Diego, CA 92109) bleef hij een jaar hangen.

De Barefoot Bar was in 1962 van start was gegaan en het resort, dat meer op Hawaii lijkt dan Hawaii zelf, heeft nu de naam Paradise Point. Hij probeerde daar de dienstplicht te ontlopen, wat zou betekenen dat dit na augustus 1960 (de datum dat hij 18 jaar oud werd) moet zijn geweest. Naar verluidt zou hij daar ook getrouwd zijn, maar het is onbekend met wie, wanneer en wanneer dat weer ontbonden is.
Hij keerde vervolgens terug naar Chicago. In december 1966 maakte hij in de Universal Studios in Chicago zijn eerstbekende plaatopname: op Oscar Peterson’s album Soul Español. Zelf heeft hij dit over die sessie gezegd: “With my Afro-Cuban background I knew about phrases, I grew up challenging people, taking fours with people. I could make my fours sound like singing. Just say it before I play it. So Oscar played a line, and you know, he was one of the strongest pianists, he’d hit a note and it sounded like a hammer, his strength and power were so enormous. He’d break strings on a piano. But I repeated every phrase back, in time. He’d say, `Can you do it again?’ and I’d say, `If you can do it again, I can do it again.'”
In 1967 maakte hij deel uit van een band die in 1964 (opnieuw) in Chicago was geformeerd: Odell Brown & The Organ-izers. In januari 1967 en in oktober 1967 nam bij met deze band albums op (Mellow Yellow en Ducky).


In 1967 en 1968 maakte hij ook deel uit van Philip Cohran and the Artistic Heritage Ensemble, met wie hij een album opnam in juli 1967 (On The Beach) en drie in februari 1968 (The Spanish Suite, The Malcolm X Memorial, Armageddon). Phil (Kelan Philip) Cohran was een Amerikaanse trompettist en multi-instrumentalist in de jazz. Hij werd het meest bekend als trompettist in het Sun Ra Arkestra. In 1965 speelde hij een rol in de oprichting van de Association for the Advancement of Creative Musicians (AACM).


Eind jaren 60 sloot Gibson zich aan bij dominee Jesse Jackson en zijn Operation Push (People United to Save Humanity), dat in 1971 was gesplitst van Operation Breadbasket, waarvan Jackson vanaf 1966 het hoofd van de afdeling in Chicago was geweest. Beide organisaties zetten zich in voor het verbeteren van de economische omstandigheden van zwarte gemeenschappen in de USA. Gibson heeft daar het volgende over gezegd: “We’d play on the back of trucks at vote rallies,” Gibson remembers. “We wore blue jeans with shirts and white ties. We’d go in churches, and people would see that we were wearing jeans in God’s house, see us stack the reverend’s chairs to make room for the band, and there’d be hate in these people’s hearts, and we could feel that. I kept thinking of what Martin Luther King had just said in a speech. He established the practice of wearing blue jeans to refer to the working man, the common man, the regular laborer. That’s why we wore jeans.” Gibson heeft deel uitgemaakt van The Breadbasket Orchestra and Choir, met Ben Branch als muzikale leider, dat optrad bij benefietvoorstellingen voor Operation Push. In 1970 nam hij een album met deze band op: On The Case.

In 1969/1970 speelde hij op het album Everything Is Everything van Donny Hathaway, met daarop het nummer The Ghetto. In 1970 belandde hij, via The Impressions, in de begeleidingsband van Curtis Mayfield. Gibson koos ervoor om samen met Curtis Mayfield op pad te gaan en dit leidde tot zijn succes en nationale erkenning voor zijn artisticiteit op de bongo- en conga-drums.
Op 8 juli 1971 speelt hij in de band van Curtis Mayfield in Engeland (UK) voor een optreden bij BBC’s Top Of The Pops:

Op 21 januari 1972 speelt hij in de band van Curtis Mayfield in Nederland, in het Bussumse theater ’t Spant voor een optreden voor de AVRO (omroep):

Na het verschijnen van het album Superfly zou hij, volgens eigen zeggen, samen met Oscar Brown Jr. zijn gaan werken voor the Board of Education in Chicago, en op veel middelbare scholen hebben gespeeld.
Eind jaren 70 – vermoedelijk 1978 – vertrekt hij naar het eiland Oahu op Hawaii, om daar – naar eigen zeggen – 12 jaar te blijven. Hij neemt daar albums op met locale artiesten zoals Lemuria (van muzikant/producer Kirk Thompson), Nohelani Cypriano, Ira Nepus, Babadu, Phase 7 (luister op https://alohagotsoul.com/view/phase-7-so-good-to-be-in-love-ags-7007/), The Hi-Five, Mixplate, en Baruti, maar blijft ook actief met opnemen in USA. Over deze periode is bitter weinig bekend.
In 1986 en 1987 is hij met de band van Curtis Mayfield (die voor de gelegenheid Ice-9 is genaamd) op tour in Europa (Oostenrijk, Spanje, Schotland, Frankrijk, Duitsland, Nederland, Belgie, Zwitserland, Denemarken en Zweden) en Japan. Op een regenachtige zondag in 1986 – zo gaat het verhaal – treden ze op in het Hardrock Cafe in Stockholm, Zweden, waar Gibson de vrouw tegenkomt waar hij mee zal gaan trouwen en mee in Stockholm gaat wonen: Anne, een voormalig toneellerares, serveerster, masseuse, reisagent en schrijfster. Veel meer weten we niet over Anne, maar mogelijk is zij de op 8 augustus 1954 geboren Anne Kaarina Gibson.
Nadat hij in Stockholm was komen wonen, speelde hij daar percussie en drums met verschillende muzikanten en in verschillende bands, zoals Eric’s Bluesband (Ebb), Big Walker, Stevie Klasson, Zak Keith, Joyce Hurley. Hij was een zeer actieve en opvallende verschijning in Zweden.
Op 11 december 2002 treedt hij voor het laatst op, met Khaled Habib en Zak Keith, in het Lydmar Hotel in Stockholm. Een week later, op 18 december 2002 krijgt hij in Stockholm een hartaanval en overlijdt hij, op 60-jarige leeftijd. Hij wordt later begraven op het Westwood Memorial Park in Los Angeles.